Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid

September 2019

1. Introductie

Voor u ligt het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid van BSO Clownsclub het Koffertje, zoals ik dat hebben opgesteld naar aanleiding van de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang. 

Met behulp van dit beleidsplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe we op de BSO  werken. Met als doel de kinderen een zo veilig en gezond mogelijke werk-, speel- en leefomgeving te bieden waarbij kinderen beschermd worden tegen  risico’s met ernstige gevolgen en daarnaast leren omgaan met kleine risico’s. 

Dit beleidsplan is vanaf 1 januari 2019 toegepast en zal worden herzien en aangepast wanneer zich wijzigingen voordoen, zoals Wetswijzigingen, veranderingen van het interieur, een verhuizing of na een incident of ongeval. Het beleidsplan is op de website door ouders en invalkrachten te lezen. Daar worden zij op geattendeerd. Aanvullingen en verbeterpunten van ouders en invallers worden erg gewaardeerd en in het beleidsplan opgenomen. Tineke Boterenbrood is eindverantwoordelijke voor het beleidsplan Veiligheid en  Gezondheid.  

In het beleidsplan komen de volgende onderwerpen aan de orde: 

Hoofdstuk 2         Visie en doel 

Hoofdstuk 3         Grote risico’s. Grensoverschrijdend gedrag

Hoofdstuk 4         Omgaan met kleine risico’s 

Hoofdstuk 5         Risico inventarisatie, Plan van aanpak, beleidscyclus.

Hoofdstuk 6         Achterwachtregeling

Hoofdstuk 7         EHBO en BHV

Bijlage        Huisregels

2.  Visie en doel 

De visie van de BSO ten aanzien van veiligheid en gezondheid is: 

Kinderen op te vangen in een veilige en gezonde kinderopvang. Dit gebeurt door: 

– kinderen af te schermen van grote risico’s 

– kinderen te leren omgaan met kleinere risico’s 

– kinderen uit te dagen en te stimuleren in hun ontwikkeling 

Het hoofddoel van BSO Clownsclub het Koffertje is om ouders in de gelegenheid te stellen zorg en arbeid goed te combineren en met een gerust gevoel aan het werk te zijn. Dit wordt gerealiseerd door kwalitatief goede en veilige opvang te bieden. Veiligheid en  geborgenheid is de basis van waaruit we kinderen zich thuis willen laten voelen en ze  in staat te stellen om plezier te hebben met andere kinderen en hun talenten te  ontdekken en verder te ontwikkelen door een gevarieerd aanbod van activiteiten en  spelmogelijkheden. 

Dit alles binnen een gestructureerd kader. Er zijn duidelijke regels en afspraken. die de kinderen goed kennen. De leidinggevende is samen met de kinderen verantwoordelijk voor het naleven van de regels en afspraken en het neerzetten van een positief en veilig groepsklimaat. Zij kent de mogelijk kleine en grote risico’s; ze kent de protocollen en weet hiernaar te handelen. 

Doel m.b.t. veiligheid en gezondheid 

Dit alles met als doel, een veilige en gezonde omgeving te creëren waar kinderen onbezorgd kunnen spelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen. 

De belangrijkste aandachtspunten binnen het beleid zijn: 

1) het bewustzijn van mogelijke risico’s; 

2) het voeren van een goed beleid op grote risico’s; 

3) het gesprek hierover aangaan met ouders en mogelijk met de externe betrokkenen 

Wanneer  risicovolle situaties gesignaleerd worden, of er zich incidenten, of  ongelukken hebben voorgedaan zullen daar plannen en acties op volgen. Er zal dan worden nagegaan hoe deze onveilige situaties in het vervolg kunnen worden voorkomen, en of het beleid kan worden aangescherpt.

3.    Grote risico’s 

In dit hoofdstuk beschrijf ik de belangrijkste grote risico’s die kunnen leiden tot ernstige ongevallen, incidenten of gezondheidsproblemen. De risico’s zijn naar voren gekomen tijdens de laatste risico inventarisaties.

Ik heb de risico’s onderverdeeld in drie categorieën; fysieke veiligheid,  gezondheid en sociale veiligheid. Per categorie heb ik de belangrijkste risico’s  benoemd met de daarbij behorende maatregelen die zijn of worden genomen om het  risico tot het minimum te beperken.  In september 2020 zal ik de risico’s opnieuw in kaart brengen.

Fysieke veiligheid 

Ten aanzien van fysieke veiligheid heb ik de volgende risico’s gedefinieerd als  grote risico’s: 

–  Vergiftiging. Genomen maatregelen zijn: schoonmaakmiddelen worden buiten  bereik van kinderen bewaard. Tassen met persoonlijke eigendommen van de leidinggevende worden weggeborgen. 

– Verbranding. Genomen maatregelen zijn: de kinderen mogen niet in de keuken komen, en wanneer kinderen aan tafel thee krijgen, wordt dit in de keuken al aangelengd met koud water. 

– Vervoer. Fietsen en zitjes moeten voldoen aan de veiligheidseisen.  Wanneer gebreken worden geconstateerd wordt de fiets niet meer gebruikt en moet hij eerst gerepareerd worden. 

– Verdrinking. Kinderen die geen zwemdiploma hebben, moeten bij het buitenspelen in de buurt van water bij de leidinggevende blijven. Deze volgt het spelen van de kinderen, en zij geeft aanwijzingen wanneer dat nodig is. 

– Traplopen naar de ruimte boven. Deze trap is redelijk steil. Kinderen van 4 en 5 leren die veilig op en af te gaan. Bij het de trap af gaan, worden zij altijd begeleid door de leidinggevende, die vóór hun de trap afloopt. Pas als blijkt dat zij het echt goed zelfstandig kunnen, mogen zij alleen naar boven en beneden lopen.

Gezondheid 

Ten aanzien van gezondheid wil ik de volgende zaken noemen die blijvende  aandacht nodig hebben:

  Overdragen van en besmetting met ziektekiemen voorkomen we op de volgende  manieren: 

– Verspreiding via de lucht; door aanleren van hoest- en niesdiscipline en door de ruimtes goed te ventileren en te luchten.

– Verspreiding via de handen: Door het aanleren van handhygiëne op de juiste momenten en op de juiste manier; door hygiëne van de leidinggevende, die haar handen geregeld wast.

– Door oppervlakken en speelgoed schoon te houden, volgens een schoonmaakrooster.

– Door de hond en de konijnen goed te verzorgen en hun verblijf schoon te houden, en de kinderen adequate hygiëneregels te leren in de omgang met de dieren.

  Sommige kinderen gebruiken medicijnen.

– ouders tekenen een toestemmingsformulier om de medicijnen toe te mogen dienen. 

– deze gegevens worden bij de kindgegevens bewaard.

– medicijnen worden buiten bereik van kinderen in de keuken bewaard.

Sociale veiligheid 

Ten aanzien van sociale veiligheid heb ik de volgende risico’s gedefinieerd als  grote risico’s:  

  Grensoverschrijdend gedrag.

Grensoverschrijdend gedrag door volwassenen of door kinderen een ernstig  maatschappelijk probleem dat voortdurende aandacht vraagt. In de eerste  plaats vanwege de ernst van de gevolgen voor kinderen. Het verstoort een gezonde  ontwikkeling, ontwricht het welbevinden van het getroffen kind en zorgt voor blijvende  beschadiging. 

Daarnaast vormt de omvang van het probleem reden voor continue aandacht.  We willen kinderen hiertegen beschermen en ik besteed daarom veel aandacht hieraan. 

Onder grensoverschrijdend gedrag vallen zowel seksuele, fysieke als psychische grensoverschrijdingen, zoals geestelijke verwaarlozing.

Ik werk met het Protocol Kindermishandeling en Grensoverschrijdend gedrag voor de Kinderopvang van juni 2018, waarin onder andere de gewijzigde meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling met afwegingskader (deel 1 van het protocol), preventieve maatregelen met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag van een leidinggevende of een invaller(deel 2), en tussen kinderen onderling (deel 3), en signalen die opgemerkt kunnen worden. 

Ik lees het protocol  regelmatig in gedeelten door. Om eventuele signalen te herkennen, om gericht te kunnen observeren en om zonodig te handelen, tijdig te kunnen overleggen en advies te kunnen krijgen.

Ook om alert te zijn op mogelijk onveilige situaties, bij het openen van de voordeur bijvoorbeeld. Wanneer er opengedaan wordt nadat er is aangebeld, ben ik daar altijd bij aanwezig.

Wanneer zich een ongezonde en/of onveilige situatie voordoet, of wanneer ik daar een vermoeden van heb, zal ik handelen volgens het Protocol. Ik zal in dat geval zoeken naar meer inzicht in de situatie, om de risico’s in te perken. Dan zal een gesprek met de ouders, eventueel de school, en Veilig Thuis onmisbaar zijn. 

Wanneer er aanwijzingen bestaan van een geweld of zedendelict tegen een kind door een medewerker/invaller heb ik meldplicht, en zal ik contact opnemen met de Vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs.

Als een ouder een vermoeden of aanwijzingen heeft dat de leidinggevende seksueel of ander geweld gebruikt tegen een kind, kan de ouder contact opnemen met de Vertrouwensinspecteur. Centraal Meldpunt Vertrouwensinspecteurs, tel 0900 111 3 111, www.onderwijsinspectie.nl .  

De ouders krijgen tijdens het intakegesprek informatie over het gebruik van de meldcode op de BSO.

  Kindermishandeling.

Naast het hanteren van het bovenstaande protocol,  krijgt de leidinggevende informatie via www.kindermishandelingonderwijskinderopvang.nl

4.    Omgang met kleine risico’s 

Het doel van de BSO is,  kinderen een zo veilig en gezond mogelijke opvang te bieden.  Ik zal hier alles aan doen wat in mijn macht ligt, maar realiseer me ook dat ik niet alle kleine ongelukjes kan voorkomen. Daarom beschermen we de kinderen  tegen grote risico’s en aanvaarden we risico’s die slechts kleine gevolgen voor  kinderen kunnen hebben en leren de kinderen hoe ze moeten omgaan met kleine  risico’s. Dit heeft een positieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid van  kinderen en op het ontwikkelen van motorische en sociale vaardigheden. Het  zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen worden vergroot en kinderen kunnen beter  conflicten oplossen en emoties herkennen van speelmaatjes. Met kinderen in de  basisschoolleeftijd kun je heel goed afspraken maken om kleine risico’s te voorkomen. 

Er zijn duidelijke omgangsregels opgesteld en afspraken gemaakt waar kinderen zich tijdens de opvang aan moeten houden. Deze  worden wanneer ze van toepassing zijn, herhaaldelijk met de kinderen besproken.  Tijdens activiteiten zijn er afspraken gemaakt ten aanzien van de veiligheid, denk bijv.  aan hoe om te gaan met materialen of gereedschappen. Deze regels en afspraken  worden voor de start van een activiteit met de kinderen nog een keer doorgenomen.  Dit om letsel door oneigenlijk gebruik van materialen te voorkomen. 

Rond het opendoen van de voordeur zijn er afspraken om een onveilige situatie te voorkomen. 

Ook ten aanzien van gezondheid worden afspraken met de kinderen gemaakt. Denk  aan het wassen van de handen na toiletbezoek of het in de elleboog niezen of hoesten, en het handen wassen voor het gaan eten.

Voor de exacte afspraken verwijs ik u naar te huisregels in de bijlage.

5.   Risico-inventarisatie, Plan van Aanpak, beleidscyclus

In de afgelopen jaren heb ik jaarlijks de risico-inventarisatie veiligheid en  gezondheid uitgevoerd. Aan de hand hiervan heb ik de risico’s op de locatie in kaart gebracht. De grote risico’s zijn reeds beschreven in hoofdstuk 3. Daarnaast onderkennen we een aantal kleinere risico’s. 

– Zo kan een kind door een huisdier gebeten of gekrabd worden. Om dat te voorkomen, begeleidt de leidinggevende de omgang van het kind met het dier, eigenlijk voortdurend. 

– Een kind kan struikelen over rondslingerende schoenen of speelgoed. De kinderen leren daarom om hun spullen en het gebruikte speelgoed steeds weer op te ruimen.

– Ook buiten kan een kind zich stoten, vallen of struikelen. Binnen bepaalde grenzen kunnen dat leermomenten voor het kind zijn. De leidinggevende zal wanneer het nodig is, aanwijzingen geven om  met de risico’s om te leren gaan, bijvoorbeeld bij het klimmen in een voor het kind onbekend klimtoestel op het speelveld.

Na een klein incident of ongeluk zal de leidinggevende handelen volgens de regels van de EHBO en de situatie met de kinderen bespreken. Ook zal zij afwegen of de huisregels en het plan van aanpak moet worden aangepast.

Het Plan van Aanpak wordt actueel gehouden en bijgesteld als er een incident of ongeluk is geweest. Ook na een verandering, zoals een verbouwing of verandering in het interieur, en na het jaarlijks nalopen en het actueel houden van de risico-inventarisaties kan het nodig zijn om het Plan van Aanpak bij te stellen. Indien een maatregel of actie een positief effect heeft gehad, wordt het veiligheids- en gezondheidsbeleid hierop aangepast. Mocht een positief effect uitblijven dan zal er verder gezocht worden naar een passender oplossing. 

6.    Achterwachtregeling

De BSO heeft twee personen als achterwacht.   Allebei wonen zij op loopafstand van de BSO. Zij zijn op BSO openingstijden telefonisch bereikbaar. 

Hun namen en telefoonnummers zijn te vinden in de algemene map en in de mobiele telefoon , onder Achterwacht 1 en Achterwacht 2.  Hun namen, telefoonnummers en adres zijn ook zichtbaar aan de binnenkant van een keukenkastje. 

Een invaller zal deze informatie snel kunnen vinden. De oudste kinderen van de BSO kunnen deze informatie ook zelfstandig vinden.  Dat is van belang voor het geval de leidinggevende niet direct in staat is de achterwacht te bellen. Dan kan een kind namens de leidinggevende bellen.

De achterwacht  is alleen in geval van calamiteiten betrokken bij de BSO.

7.    EHBO en BHV

Er wordt alles aan gedaan om te voorkomen dat een kind letsel oploopt als  gevolg van een ongeluk(je). Toch is dit helaas niet geheel te voorkomen. Daarnaast kunnen zich andere calamiteiten voordoen, waarbij adequaat gehandeld moet worden. 

Daarom heeft de leidinggevende  een cursus Kinder EHBO en BHV gevolgd, en gaat zij  naar de herhalingscursussen.

Bijlage:  Huisregels

Ieder kind op de BSO mag zich hier thuis voelen.

Er wordt niet gepest, geplaagd of uitgelachen.

Binnen

Bij de kapstok  doe je je schoenen uit. Je mag je huissokken  aandoen als je dat wilt. Je schoenen en je tas zet je onder de kapstok, en je jas hang je  aan de kapstok.

Binnen alleen rustig lopen. Niet rennen of stoeien.

Binnen alleen rustig praten. “Met je binnenstem praten”.

Spelen

In de witte kasten in de huiskamer zit speelgoed van de BSO. Al dit speelgoed en knutselmateriaal mag je zo pakken en gebruiken.

Achter de ruitjes  in de hoge kast zit speelgoed en knutselmateriaal waar je om kunt vragen. We kunnen dan even overleggen, of je er mee kunt spelen, en afspreken waar en hoe.

Samen spelen is leuk. Maar je mag ook alleen spelen.

Je mag doen, waar je zin in hebt, als dat kan op dat  moment, en als je er niemand mee stoort.

Vraag hulp, als je dat nodig hebt. Je kunt hulp vragen aan een ander kind of aan de leiding.

Na het spelen ruim je het speelgoed weer netjes op, waarna je weer met iets nieuws kunt beginnen.

Eten en drinken

Voordat je gaat eten en drinken was je je handen met zeep.

Je wast je handen bij het wastafeltje bij de wc. Als  je toestemming hebt gekregen, mag het soms ook in de keuken. 

Aan de tafels in de kamer wordt gegeten en gedronken. We wachten totdat iedereen zit en wat heeft gekregen. Als alles op is mag je weer gaan spelen. Kinderen van 4 of 5 mogen al eerder van tafel als ze willen.

De keuken. 

De keuken is geen speelplek. Daar wordt het eten en drinken klaargemaakt. 

Helpen koken en bakken mag soms, als de leiding toestemming heeft gegeven en als die er bij is.

De speelkamer boven

Boven spelen mag, na toestemming van de leiding en als het rustig is.

We overleggen dan steeds van te voren, wie er naar boven mag en waarmee deze kinderen gaat spelen. Er spelen meestal twee kinderen boven, soms drie of vier als het rustig gaat.

Je speelt boven in de speelkamer,  niet op de overloop (bij de trap), of op de trap.

Na het spelen ruim je boven alles weer netjes op.  

Als het niet lukt, om daar rustig te spelen, kom je weer beneden spelen.

Buiten spelen

Buiten spelen doen we met z’n allen, na schooltijd op het schoolplein of op een speelveld.

De achtertuin is geen speelruimte. Soms eten en drinken we daar, en soms mag je daar naar de konijnen om ze wat lekkers te brengen.

De bal wordt in een tas naar het speelveld meegenomen.

Bij het oversteken wacht je, totdat de leiding zegt dat het kan, zelfs als het verkeerslicht op groen staat!

Als we buiten rommel of zwerfvuil vinden, gooien we het in de prullenbak of we laten het liggen.

De voordeur

Als er aan het eind van de middag aangebeld wordt doet de leiding open of mag een ouder kind dat toestemming krijgt open doen, samen met de leidinggevende.

De voordeur daarna heel zachtjes dicht doen, omdat hij zwaar is.

Voor jonge kinderen is dat soms moeilijk, daarom doet de leiding het, of mag een ouder kind het doen als hij of zij weet hoe dat moet.

Handen wassen

Voordat we gaan eten en na ieder bezoek aan de wc was je je  handen met zeep.

Verkouden

Als je verkouden bent, gebruik je om je neus te snuiten tissues  die je daarna in de prullenbak gooit. Als je handen vies zijn geworden, was je ze even met zeep.

Als je moet niezen of hoesten, houd je je arm voor je mond, dan blijft iedereen gezond!

De dieren

Er zijn dieren op de bso; de konijnen Nina en Binky, en Wolfje onze bso- hond. Reuze gezellig en reuze leuk om daar ook samen voor te zorgen!

De dieren vinden het fijn om aandacht van de kinderen te krijgen. Om van een kind wat lekkers te krijgen, en daarna weer in de tuin te gaan snuffelen of te gaan slapen… De hond gaat wel eens mee naar het speelveld. 

Je hoort van de leidinggevende precies hoe je met de dieren om kunt gaan, hoe en wanneer je ze kunt aaien, hoe je ze wat lekkers kunt geven, en ook hoe je met de hond kunt spelen!

Als je een dier hebt geaaid en je wilt daarna wat gaan eten, dan moet je eerst even je handen wassen met zeep.